Twee studenten met op de achtergrond de Rotterdamse haven Praktijk integratie project afbeelding van het drijvende paviljoen

Begin juli, het is zomer, een periode met veel zon en festivals. Iedereen trekt massaal naar het strand of terras om te genieten van allerlei zonnige drankjes of het vertrouwde biertje. Voor velen is de zomer een periode van het grote genieten. Ook bij het Instituut Bouw & Bedrijfskunde (IBB) staat de vakantie voor de deur. Studenten maken laatste (her)tentamens en leggen de laatste hand aan diverse projecten en verslagen. Bij deze afsluitende werkzaamheden hoort natuurlijk ook een gedegen afronding van alle Pi-projecten. Voor alle Pi-studenten is daarom een complete dag georganiseerd, De Pi-dag.

Tijdens de Pi-dag (donderdag 30 juni) op RDM Campus kregen alle projectgroepen de gelegenheid hun uitkomsten en resultaten van hun onderzoeken te presenteren. Het programma bestond uit een tentoonstelling, prijsvraag en presentaties van alle projecten.

Prijzen en tentoonstellingen
De grote dag begon om 12.00 uur. Voor deze officiële opening hadden alle Pi-groepjes in Innovation Dock op het RDM terrein al hun resultaten, bevindingen en conclusies visueel weergegeven op een of twee A0-posters. Een deskundige jury startte om 12.00 uur met de beoordeling. Via nominatie en loting zijn vijftien projecten geselecteerd. Uit deze projecten koos de jury twee winnaars die er met een prijs van maar liefst € 350, – vandoor gingen. Verder waren er nog vier publieksprijzen van € 100, -. De jury bestond uit de directeur van IBB, Dick Glasbergen, lector Marc Verheijen, docent Liek Voorbij en Arnold Monshouwer. Arnold Monshouwer is innovatieadviseur bij Syntens Rotterdam, een stichting opgericht door Ministerie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie om het innovatievermogen in de MKB-sector te vergroten. De vakjury lette voornamelijk op de helderheid van presentatie en het verslag, een logische uitvoering van het onderzoek en op de originaliteit en toepasbaarheid van de oplossing. De gelukkige winnaars waren studenten van de projecten Strookwisselwijzer en Zorghotel Kaapverdië. Voor het project Strookwisselwijzer hebben studenten een bewegwijzeringsysteem ontworpen gevormd door strookwisselwegwijzers. Het doel van dit systeem is verkeersstromen op kruispunten en rotondes vlot te laten verlopen. Het zorghotel in Kaapverdië is een initiatief om toerisme te bevorderen. Het hotel moet nieuwe mogelijkheden scheppen voor zorgbehoevende toeristen zoals ouderen en gehandicapten. Zodat ook deze doelgroep op vakantie kan naar Kaapverdië. Naast de vakjuryprijs hebben de ideeën voor het zorghotel ook nog eens een van de vier publieksprijzen in de wacht gesleept. De projectleden van project Churchill Avenue hebben tevens een publieksprijs binnen gehaald.

Presentaties
Na de tentoonstellingen begonnen om 13.45 uur de presentaties. Iedere Pi-groep vertelde middels een PowerPoint presentatie van vijf minuten wat de essentie van hun onderzoek was. Verder vertelde studenten meer over de praktijkvraag en uiteindelijke oplossing. Na alle presentaties konden studenten aangegeven welk Pi-groepje volgens hen de publieksprijs verdiende.

Borrel en bitterballen
De Pi-dag werd om 16.00 uur feestelijk afgesloten met borrels en bitterballen, een gouden combinatie waar iedereen na het formele gedeelte wel aan toe was.

Sfeerimpressie  Pi-dag

Of bekijk alle foto’s op IBB Flickr

Beoordeling en Cijfers
Bij een goede afsluiting van het Pi-project hoort natuurlijk ook een presentatie voor de opdrachtgever. De opdrachtgever vult vervolgens het beoordelingsformulier in voor de Pi-coach. Het antwoord op de kennisvraag zullen de kenniscentra van Hogeschool Rotterdam beoordelen. Tot slot maakt iedere student nog een individueel eindverslag met feedback op groepsgenoten en Pi in het algemeen.

Voordat de radiostilte van Pi-update daadwerkelijk ingaat zodat deze blogger ook zelf lekker van de zomer kan gaan genieten, blikken we nog een keertje terug op de belangrijkste conclusies, leermomenten, leukste quote´s en beste inzichten van 2011.

P van Pi, Praktijk en van Passie
Studenten vonden het heel fijn dat zij konden solliciteren naar een project van eigen voorkeur. Op deze manier heb je namelijk als student zelf invloed op de richting en specialisatie die je binnen je studie zoekt. De keuze aan Pi-projecten was dit jaar groot, heel groot. Uit maar liefst 75 verschillende opdrachten, onderzoeken en projecten kon worden gekozen.

Niks fictiefs bij Pi
Bij Pi draait het om echte opdrachten afkomstig uit het bedrijfsleven. Dit maakt alles voor student en docent een stuk serieuzer. Gericht kunnen werken en bezig zijn met een praktijkvraag, daar gaat het om. Studenten leren een beroepsvraag te koppelen aan aanwezige en pas verworven kennis. Kortom alle betrokken partijen, student, opdrachtgever en docent worden extra uitgedaagd vanwege de echtheid van de opdracht.

“Niks fictiefs of schools opgezet. Bij Pi is het alleen de praktijk die telt!”
-Jan van Es afstudeercoördinator, docent en Pi-coach- 

Multidisciplinair
Studenten en docenten zijn enthousiast over de combinatie van meerdere studierichtingen binnen een Pi-projectgroep. De multidisciplinaire samenwerking met andere opleidingen is heel leerzaam. Wel vinden student en docent dat er volgend jaar iets kritischer gekeken moet worden of  sommige studierichtingen echt zo geschikt zijn voor een bepaalde Pi-opdracht.   

“Het zou beter zijn als school of in ieder geval de Pi-coach precies weet wat de inhoud van de opdracht is. Zo ontstaat er automatisch een betere samenstelling binnen de projectgroepen.”
-Student Ward Vink, Pi- project Duurzame Inrichting Havenmuseum-

Opdrachtgevers zijn ontzettend blij met de multidisciplinaire aanpak. Volgens Martin Muller, (projectleider duurzaamheid bij het Havenmuseum) is de multidisciplinaire benadering van grote toegevoegde waarde omdat ideeën aan verschillende disciplines worden getoetst. Dit komt de kwaliteit van het idee ten goede en vergoot de haalbaarheid ervan. Opdrachtgever Erik van Wunnik (Managing Director van Logireal) kreeg dankzij verschillende disciplines een beter en completer resultaat.

Joost van Gemeren (Pi-student van het project Burgerinitiatief Churchill Avenue) vond het multidisciplinaire aspect vooral heel praktisch.

“Doordat je elkaar niet goed kent ben je open en kritischer op al het werk. Het dwingt je bepaalde technische details simpel weer te geven zodat alle betrokken partijen het begrijpen.” 
Aldus Joost.

Docent
Als Pi-coach zien docenten erop toe dat zij worden betrokken bij het proces die het desbetreffende Pi-groep doorloopt . Verder zorgen coaches waar nodig voor een goede afstemming met opdrachtgevers. Studenten leren volgens Edwin Langstraat (docent Tranport, Logistiek en Maritiem Management) hoe ze onderzoek moeten inrichten en uitvoeren. Samenwerken met andere studierichtingen en verantwoording afleggen bij de opdrachtgever horen hier ook bij.

Student
Jeroen van Dijk (Pi-student van het project Burgerinitiatief Churchill Avenue) heeft vooral geleerd oplossingsgericht te werken.

“Het gaat erom dat je kritisch en meedenkend naar diverse oplossingen kijkt. De juiste redenering en argumentatie voor deze oplossingen aandragen is daarbij heel belangrijk.”

Veel studenten hebben naar aanleiding van hun stage een opdracht gekozen die hier op aan sloot. Op deze manier konden zij pas verworven kennis vanuit de stage direct inzetten binnen de Pi-opdracht. Ook waren er studenten die juist een hele andere opdracht kozen. Een die totaal geen raakvlakken met de stage had. Deze groep studenten zag Pi als de ideale gelegenheid om eens wat nieuwe kennis te verwerven.

Student Jan Willem Eskes (Pi-project Verbetering Verkeersveiligheid Kruispunt Dordrecht) leerde dat het heel belangrijk was om een samenwerkingscontract op te stellen.

“Een samenwerkingscontract is absoluut nodig omdat leden van je Pi-groepje niet goed kent en je dus ook niet weet wat je aan ze zal hebben.”

Ward Vink (Pi-project Duurzame Inrichting Havenmuseum) vond Pi vooral een hele goede manier om jezelf in het bedrijfsleven op de kaart te zetten. Wie weet wat voor positiefs deze samenwerking teweeg kan brengen voor zijn toekomstige carrière. Hij ziet Pi als een goede voorbereiding voor zijn toekomst.

Opdrachtgever
Voor veel opdrachtgevers zijn Pi-studenten een uitkomst.

“Studenten hebben een objectieve blik zonder ervaringen van het bedrijfsleven en de markt”.
-Erik van Wunnik, Managing Director Logireal-

Victor Rouppe van der Voort (stadsdeelmanager bij Gemeente Dordrecht) vond het heel belangrijk dat er nou eens vanuit de beleving van jongeren gekeken werd naar zijn opdracht. Opdrachtgevers zoeken jongeren met een bevlogen en professionele houding.

Anders nog iets?
Alvorens de radiostilte voor deze Pi-blogger daadwerkelijk ingaat, nog een laatste opmerking of beter gezegd een verbeterpuntje voor aankomend jaar. Uit de Pi-interviews bleek dat sommige studenten behoefte hebben aan iets meer vrijheid binnen hun opdracht. Opdrachtgevers willen dat het resultaat voor hen echt bruikbaar is. Het gaat om de meest uiteenlopende opdrachten. Juist door die diversiteit aan projecten heb je te maken met veel verschillende benaderingen. Meer vrijheid dus voor aankomend Pi-jaar. Op deze manier kunnen studenten namelijk een beter resultaat opleveren ten bate van de opdrachtgever.

Met de bovenstaande opmerking is dan toch echt alles voor dit Pi-jaar gezegd en besproken. De hoogste tijd dus voor deze Pi-blogger om ook van de zomer te gaan genieten. Bij, deze wenst Pi-update iedereen daarom een hele fijne vakantie. Eentje met veel zon, vol zomerliefdes, plezier en vrije tijd zodat we allemaal in september weer fris en fruitig kunnen beginnen aan een nieuw dynamisch studiejaar vol uitdagende Pi-projecten.

Geniet ervan!

Hester Siera

Files in Leiden
Files, veel Nederlanders hebben er dagelijks mee te maken. Vooral in Leiden vormen files een steeds groter probleem. Dagelijkse verkeeropstoppingen zorgen voor veel irritatie onder diverse inwoners van Leiden. Maar ook forensen kunnen iedere werkdag achteraan de stoet aansluiten.

De kern van het probleem ligt bij de doorgaande wegen van Leiden, de Churchilllaan en Dr. Lelylaan. Deze wegen beschikken over onvoldoende vermogen om het groeiende autoverkeer aan te kunnen. Dit geldt ook voor de doorstroom van de N206 naar Katwijk. Aankomende twintig jaar zal het verkeer alleen maar toenemen aangezien de regio 30.000 woningen, nieuwe bedrijventerreinen en kantoorlocaties wil realiseren. Met al deze nieuwe woon- en bedrijvenlocaties in het verschiet zal er snel een passende oplossing voor de groeiende verkeersproblemen gevonden moeten worden.

Hoofdoorzaak probleem
De grootste oorzaak van deze filevorming is de afwezigheid van een Oost-West verbinding. Er is wel een verbinding over de Churchilllaan maar deze kent vele kruisingen met verkeerslichten. Specifiek knelpunt is het geringe aantal bruggen over het Rijn-Schiekanaal als verbinding tussen de A4 en A44 in Leiden. Daar komt bij dat deze bruggen zelfs tijdens de spitsuren open gaan voor scheepvaartverkeer. Het logische gevolg; nog meer filevorming.

Is N11 West de oplossing?
In het verleden zijn er meerdere pogingen gedaan om de problemen op te lossen maar nog zonder groot succes. De provincie Zuid-Holland is daarom in 2003 gestart met een studie naar de zogenoemde RijnlandRoute. Deze route is een nieuwe Oost-West verbinding in Holland Rijnland voor al het autoverkeer tussen Leiden en Katwijk (de A4 en A44). Voor het aanleggen van deze verbinding is een stuk grond ten zuiden van Leiden en een stuk grond in Voorschoten gereserveerd.

In samenspraak met Verkeer en Waterstaat wil provincie Zuid-Holland de RijnlandRoute over de gereserveerde gebieden laten lopen. De geplande verbinding zou dan langs één van de laatste vrije stadsranden rondom Leiden komen te liggen; de N11 West. Daarnaast zal deze N11 West dwars door het dorp Voorschoten lopen. N11 West mag dan wel een rechtstreekse verbinding zijn tussen de A4 en A44 maar sluit op andere verkeerswegen niet goed aan. Eigenlijk zorgt de N11 West alleen voor een versplaatsing van het regionale verkeersprobleem naar de stadsrand.

De vraag is of de bedachte verbinding werkelijk de beste oplossing voor alle huidige verkeersproblematiek is? Worden de verkeersproblemen van Leiden met deze verbinding echt opgelost of verplaatsen de files zich niet gewoon naar de stadsrand?

Tegengeluid
Diverse inwoners uit Leiden en Voorschoten zijn er heilig van overtuigd dat het huidige idee voor de RijnlandRoute niet de beste oplossing is voor een goede doorstroom van het verkeer. Inwoners denken dat er een beter alternatief is dan het N11 west traject. Een alternatief waardoor Leiden bereikbaar maar ook groen blijft. De initiatiefnemers bestaan uit verschillende deskundigen zoals een milieudeskundige, een civiele ingenieur en een stedenbouwkundig ontwerper gesteund door een grote groep sympathisanten uit Leiden en Voorschoten.

Burgerinitiatief Churchill Avenue
Het alternatieve plan (een tunnel onder de Churchilllaan) voor de RijnlandRoute genaamd Churchill Avenue is volgens inwoners de sleutel om het vraagstuk daadwerkelijk op een duurzame manier op te lossen.

Churchill Avenue zou ervoor zorgen dat:
- Het regionale verkeer wordt ontlast en Leiden beter bereikbaar blijft.
- Het groen langs de zuidrand van Leiden behouden blijft.
- Verkeersproblemen niet worden verplaatst maar opgelost op die plekken waar nu knelpunten liggen.
- Er geen grootschalige sloop van woningen nodig is.
- Minder geluidsoverlast voor omwonenden
- Betere luchtkwaliteit en leefbaarheid.

IBB en Churchill Avenue
Onze studenten zijn ingeschakeld door het team Churchill Avenue, zoals de betrokken burgers zich hebben genoemd. Zij hebben voor hun Pi opdracht onderzocht op welke wijze het traject Churchill Avenue bouwtechnisch het beste kan worden gerealiseerd. Studenten zijn dus gaan kijken hoe je nou het beste een tunnel kan aanleggen onder het spoor en water zonder dat dit voor al te veel overlast zorgt. Ook hebben ze naar de stedenbouwkundige vernieuwing van Leiden gekeken. Zo hebben deze studenten bijvoorbeeld een stadspoort over de tunnel heen bedacht.

Student Joost van Gemeren heeft specifiek naar dit project gesolliciteerd vanwege het grote civieltechnische aspect.

“Dit Pi-project gaf me de mogelijkheid om de kennis van mijn stage daadwerkelijk toe te passen.”

“We hebben Team Churchill Avenue geholpen door als groep na te denken over de beste bouwmethodiek. De kunst is op zo´n manier te bouwen dat niet alleen de verkeersproblemen worden opgelost maar ook het gebied mooi en groen blijft.”

De aanpak voor het probleem bestond volgens Joost uit drie elementen:
1.Welke methodes zijn er om een tunnel te maken?
2.Welke methode is het meest geschikt voor de Churchilllaan?
3.Hoe de gekozen methode het beste uitwerken in de vorm van tekeningen en filmpjes?

Naast het kijken naar een bouwproces is de politieke kennis die rond zo´n grootschalig project speelt heel waardevol voor Joost. De provincie denkt namelijk heel anders dan een gewone burger. Op een diplomatieke manier hiermee omgaan was ontzettend leerzaam.

De projectgroep bestaan uit studenten Bouwkunde en Civiele Techniek.

“Het is praktisch dat je elkaar niet goed kent, dat maakt je open en kritisch op al het werk. Het dwingt je bepaalde technische details simpel weer te geven zodat iedereen het begrijpt. Iedereen moet het kunnen begrijpen, van ingenieurs tot buurtbewoners.”De duidelijkheid vanuit school kan volgens Joost beter.

“Redelijk laat worden diverse reviews toegelicht.”Verder heeft hij meer behoefte aan vrijheid binnen het Pi-project.

“De opdrachtgever wil soms een bepaalde richting op zodat hij echt wat aan het project heeft. Wij worden vervolgens door school teruggefloten omdat deze aanpak te veel zou afwijken van andere Pi-opdrachten. Gelukkig is onze opdrachtgever heel open geweest hierdoor verliep de communicatie met hem wel soepel.”

Jeroen van Dijk kon in de lijst met Pi-projecten al snel de nodige opdrachten schrappen.

“Mijn voorkeur ging uit naar een grote, interessante en leerzame opdracht, een opdracht die goed aansluit op mijn studie. Churchill Avenue was een van de weinige projecten in de civiele tak die past bij mijn interesses.”

De drie belangrijkste leerpunten van dit Pi-project voor Jeroen zijn:
1. Hoe bouw je een aaneensluitende tunnel in de binnenstad van Leiden waarbij je te maken hebt met diverse knelpunten (wegen, water en spoor)?
2. Hoe kan de oude stadspoort (gesloopt in de vorige eeuw) terugkeren?
3. Hoe kan een transferium het beste terugkeren?

“We hebben geleerd oplossingsgericht te werken. Het gaat erom dat je kritisch en meedenkend naar diverse oplossingen kijkt. Voornamelijk redenering en argumentatie voor deze aangedragen oplossingen zijn daarbij heel belangrijk.”

Het kon natuurlijk niet uitblijven dat een Pi-project vroeg of laat in de schijnwerpers van de media zou komen. Aan het Pi-project, de haalbaarheidsstudie naar een vaarverbinding tussen Haringvliet en Grevelingen is door Eilanden Nieuws, streekkrant van Goeree-Overflakkee een heel artikel gewijd.

Vaarverbinding door Goeree-Overflakkee 
Dankzij Leo van Gelder, docent Civiele Techniek was het de eer aan Hogeschool Rotterdam om grondig onderzoek te doen naar alle mogelijk- en onmogelijkheden voor de aanleg van deze vaarverbinding recht door Goeree-Overflakkee.

P van praktijk
Van Gelder was dit jaar medeverantwoordelijk voor het zoeken naar en werven van geschikte Pi-projecten. Uit maar liefst 70 verschillende opdrachten, onderzoeken en projecten konden studenten vervolgens kiezen. Op dit gekozen project moesten studenten natuurlijk nog wel even solliciteren. De P van Pi staat namelijk niet voor niets voor praktijk en bij de praktijk hoort nou eenmaal ook solliciteren.

Van Gelder heeft zo zijn eigen effectieve benaderingstechnieken om projecten voor Hogeschool Rotterdam te werven.

“Ik benader vaak organisaties zoals het Waterschap, een gemeente of de Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) met het voorstel studenten een project, opdracht of onderzoek te laten uitvoeren.”

 Bij dit project verliep het wervingsproces alleen iets anders.

“Toevallig vond ik een krantenartikel over een eventuele vaarverbinding tussen Haringvliet en Grevelingen. Direct heb ik contact gezocht met de wethouder, Bert Tuk van Goedereede met de vraag of zijn gemeente het interessant vond dit onderzoek door studenten te laten uitvoeren.”

Groenservice Zuid Holland

Wethouder Tuk legde Van Gelder´s voorstel vervolgens neer bij Groenservice Zuid Holland. Deze service maakt zich in opdracht van (natuur-) en recreatieschappen (de bestuurders van groengebieden) hard voor meer groen en recreatie in de Randstad.

Nu is Groenservice Zuid Holland in opdracht van recreatieschappen Grevelingen en Haringvliet dus bezig met een voorzichtige verkenning naar de wenselijkheid van deze vaarverbinding voor watersport tussen beide wateren. Samen met gemeenten Goedereede, Dirksland en Middelharnis kwam de uiteindelijke opdracht voor Hogeschool Rotterdam tot stand.

Variatie
De gelukkige projectleden die dit onderzoek uitvoeren bestaan uit drie studenten Civiele Techniek, een student Bouwkunde en twee studenten Ruimtelijke Ordening en Planologie. Dit gevarieerde gezelschap onderzoekt waar en hoe het kanaal kan worden gegraven. Naast het onderzoek is het de bedoeling dat dit projectgroepje een of meerdere alternatieve tracés (geplande loop van de vaarverbinding in de vorm van een grondplan of plattegrond) ontwerpen.

Multifunctioneel
Tijdens het onderzoek en ontwerpen van mogelijke tracés zullen studenten rekening moeten houden met zoet of zout water en peilverschillen. Het belang aantonen voor recreatie en economische ontwikkeling in de regio mag hierbij niet uit het oog worden verloren. Naast dit alles moet het kanaal ook voor andere doeleinden te gebruiken zijn, zoals doorspoeling van de Grevelingen en Haringvliet, vistrek en natuurontwikkeling. Erik Rumpff projectmanager bij Groenservice Zuid Holland begeleidt de studenten tijdens het uitvoeren van de opdracht. Het gaat hem om de effecten die de tracés op de omgeving hebben.

Gert-Jan Trapman, student Civiele Techniek vindt het een leuke opdracht.

“Ik heb voor dit project gekozen omdat ik hoofdzakelijk met wegenbouw bezig was. Waterwegen zijn voor mij een compleet nieuwe uitdaging. Alles aan dit project is heel praktijkgericht.”Projectgenoot Sebastiaan de Reus komt uit Middelharnis en is zelf watersporter.

“Eigenlijk zie ik vooral veel voordelen in de aanleg van het kanaal. Voor de waterrecreatie is die vaarverbinding tussen Grevelingen en Haringvliet heel positief. Je hoeft namelijk niet meer helemaal om het eiland heen te varen.”

Gevoelens
Al die mogelijke ideeën over recreatiemogelijkheden zijn leuk en aardig, maar de watersnoodramp mag zeker niet vergeten worden.

“Eigenlijk is het recreatie versus de generatie van de ramp. Natuurlijk is de veiligheid van het gebied gewaarborgd. Toch moet je wel rekening houden met wat er op het eiland aan gevoelens leeft” , aldus Sebastiaan.

Resultaten
Na de eerste presentatie richten studenten zich nu op de vraag waar dit kanaal precies zou moeten komen. Dit kan zowel bij Ouddorp, Scharrezeepolder als bij Middelharnis.  Het beste alternatief hangt af van de argumenten waar studenten mee zullen komen. Een belangrijk punt van aandacht bij dit project is het financiële plaatje. Welke partijen zijn financieel betrokken? Beter gezegd gaat het Rijk, de provincie, of het bedrijfsleven dit betalen? Tevens zullen studenten eventuele mogelijkheden voor Europese subsidies moeten uitzoeken.

Waterkwaliteit
Waterbouwkundige en docent (Civiele Techniek) William Kuppen gaat binnen dit Pi-project over waterkwaliteit. Kuppen helpt studenten hoe om te gaan met de zoet en zout waterproblematiek en of er sluizen in het kanaal moeten komen. Eind juni na het onderzoek en tijdens de eindpresentatie kunnen studenten een duidelijk beeld geven over die daadwerkelijke mogelijk- en onmogelijkheden voor de aanleg van deze vaarverbinding inclusief bijkomende consequenties.

Victor Rouppe van der Voort, stadsdeelmanager bij Gemeente Dordrecht is opdrachtgever van het eerder belichte Pi-project Verbetering Verkeersveiligheid Kruispunt Dordrecht. Een van zijn directeuren is betrokken bij Leerpark Dordrecht. Dit park faciliteert en stimuleert samenwerkingsverbanden tussen ondernemers, onderwijs en bewoners met als doel het opbouwen van een sterke en innovatieve kenniseconomie die positieve gevolgen heeft voor de arbeidsmarkt.

“Als iemand op de hoogte is over mogelijkheden om goede studenten te werven voor een onderzoek ten bate van Rotonde Groenezoom dan is het wel de directeur die betrokken is bij het leerpark.”

Omdat deze directeur al enige ervaring heeft met leerpark Dordrecht en studenten, dacht Van Der Voort via hem met de juiste personen in contact te komen. Onmiddellijk kreeg de stadsdeelmanager contactgegevens van Ans Boersma (Relatiebeheer Hogeschool Rotterdam regio Drechtsteden). Een mailtje was voldoende om het balletje aan het rollen te krijgen.

Studentenbeleving van belang
Van Der Voort vindt studenten, Dave Bierhuizen, Laura van Hal, Astrid van Heemst, Jan-Willem Eskes en Menno Volbeda afkomstig van de studies Logistiek en Economie en Civiele Techniek heel geschikt voor dit onderzoek naar verkeersveiligheid. De problemen zijn namelijk het grootst op momenten dat leerlingen van diverse scholen uit de omgeving tijdens de ochtendspits het (auto)verkeer kruisen. Gemeente Dordrecht wil daarom dat er vanuit de beleving van jongeren gekeken gaat worden naar deze problematiek. Daar komt bij dat IBB-studenten leerlingen makkelijker kunnen benaderen in hun eigen taal.

“De drempel is lager dankzij IBB-studenten. Zo kunnen we als gemeente waardevolle informatie verzamelen. Het project is geslaagd als studenten met veel plezier en enthousiasme aan de opdracht hebben gewerkt. Het project moet echt een uitdaging zijn.”

Bevlogen en professionele houding
Als opdrachtgever verwacht Van Der Voort dat studenten bevlogen en met een professionele houding aan de slag gaan. Tijdens het proces wil hij goed op de hoogte blijven over de voortgang en eventuele obstakels. Verder verwacht de stadsmanager dat studenten binnen de door Gemeente Dordrecht opgestelde randvoorwaarden blijven. Op- of aanmerkingen zijn natuurlijk altijd welkom. Gemeente Dordrecht luistert dan ook naar de studenten wanneer ze van deze randvoorwaarden willen afwijken. Zolang er maar gedegen argumentatie voor is.

“Plezier, enthousiasme en een uitdagende opdracht zijn de ingrediënten voor een goed eindresultaat.”De stadsdeelmanager verwacht natuurlijk een oplossing voor het knelpunt bij Rotonde Groenezoom. Verder is voldoende draagvlak van bewoners voor deze oplossing van groot belang.

“Bewoners en leerlingen hebben dagelijks met het kruispunt en al het verkeer rond de rotonde maken. Deze mensen vormen de beste ogen van de wijk”

Theorie en praktijk
Voor het vergroten van de verkeersveiligheid bij Rotonde Groenezoom lijkt het plaatsen van een verkeerslicht technisch gezien de perfecte oplossing. Toch werkt dit in de praktijk lang niet altijd. Er gebeuren met of zonder verkeerslicht namelijk nog genoeg ongelukken.

“Fietsers lijken stoplichten wel te negeren. Je creëert in dit geval met stoplichten alleen maar schijnveiligheid.”

Draagvlak
De oplossing moet dus kunnen rekenen op genoeg draagvlak van bewoners. Tegelijkertijd moet de uitkomst praktisch en functioneel zijn. Voor de stadsmanager is het moeilijk om het groepsproces te kunnen beoordelen. Tijdens vergaderingen bleek wel dat de diversiteit aan studenten en studies binnen een projectgroep ten goede komt aan de kwaliteit van het eindresultaat.

Klik hier
voor de visie van de betrokken docent Transport Logistiek en Maritiem Management, Edwin Langstraat op het proces en het project. Verder is hier meer informatie te vinden over de huidige activiteiten van studenten die moeten leiden tot de juiste oplossing.

Logireal
Philips Stadium
Businessroom Noordwest 12
Entrance 3

Frederiklaan 10
5616 NH Eindhoven

Link project

Klik hier voor meer informatie

Gemeente Dordrecht
Sector Stadsontwikkeling
Afdeling Ruimtelijke Realisatie

Spuiboulevard 300
3311 GR Dordrecht

Postbus 8
3300 AA Dordrecht

Mail: vwmam.rouppevandervoort@dordrecht.nl
Tel: +31(0) 78-770 4896 

Link  project deel 1
          project deel 2

Klik hier voor meer informatie

Regels en eisen, onze maatschappij kan niet zonder. Ook gebouwen in Nederland moeten aan uiteenlopende eisen voldoen. Duurzaamheid is daar een van. Om te laten zien dat vastgoed voldoet aan zo´n duurzaamheidseis zijn er verschillende keurmerken zoals BREEAM-NL en LEED. Maar welk label is nu het best te gebruiken om de duurzaamheid van een gebouw te beoordelen? Aan Pi-studenten de taak verschillen en overeenkomsten tussen beide keurmerken in kaart te brengen voor opdrachtgever Logireal.

BREEAM-NL versus LEED
BREEAM staat voor Building Research Establishment Environmental Assessment Method. NL geeft aan dat het om een Nederlandse versie gaat.  BREEAM-NL is niet het enige keurmerk voor duurzaamheid. Andere labels en keurmerken zijn bijvoorbeeld Energielabel, EPC-norm, Green-Calc, GPR-gebouw, Eco-Quantum en LEED (Leadership in Energy and Environmental Design building assessment).

Door de bomen het bos weer kunnen zien
Met een te grote hoeveelheid aan keurmerken is de kans op verwarring groter. Alleen al in Nederland dient men rekening te houden met de zojuist genoemde keurmerken. Laat staan waar men wereldwijd bij moet stilstaan. Grote dienstverleners hebben vaak meerdere panden en zullen continu op de hoogte moeten zijn van de diversiteit aan keurmerken. Daarnaast zaaien alle labels en certificaten tevens verwarring bij de overheid.

Wanneer bovengenoemde partijen niet goed kunnen vergelijken is de waardering van een pand ook niet goed vast te stellen. Investeerders kunnen hierdoor geen transparant beeld vormen van het desbetreffende pand. Kortom welk keurmerk is nu in welke situatie aan te bevelen? En welk keurmerk hanteer je bij het beoordelen van vastgoed met betrekking tot duurzaamheid?

Pi-studenten bieden uitkomst dankzij multidisciplinaire aanpak
Aan Pi-studenten de taak om antwoord te geven op bovenstaande vragen. Zij zullen kijken naar verschillen en overeenkomsten tussen de keurmerken BREEAM en LEED. Ook gaan deze studenten vaststellen welk keurmerk in een bepaalde situatie de voorkeur heeft. Het doel is vastgoed beter beoordelen op duurzaamheid. Tot slot zal er gekeken worden of er nog overlap is tussen beide certificaten.

Objectieve vergelijking
Opdrachtgever Erik van Wunnik (Managing Director) van Logireal, wil studenten naar de problematiek laten kijken omdat juist zij een objectieve vergelijking kunnen maken zonder ervaringen van het bedrijfsleven en de markt. Van Wunnik verwacht dat studenten een literatuurstudie doen naar de twee duurzaamheidcertificaten (BREEAM en LEED). Met behulp van deze kennis en eerder vergaarde kennis uit de studie hoopt Van Wunnik dat studenten tot een goede vergelijking komen.

“Ik ga ervan uit dat studenten een uitstekende vergelijking zullen maken van twee duurzaamheidscertificaten binnen het vakgebied. Het uiteindelijke resultaat moet goed genoeg zijn om een bijdrage te leveren aan een Europese richtlijn voor duurzaamheidcertificaten ten bate van logistiek vastgoed.” Van Wunnik is vooral blij met de multidisciplinaire aanpak. Dankzij verschillende disciplines binnen een projectgroep krijgt hij namelijk een betere en completere vergelijking op alle onderdelen van duurzaamheid voor vastgoed.

Ervaring met wet en regelgeving
Student Tomas Guit heeft naar dit project gesolliciteerd omdat hij tijdens zijn stageperiode regelmatig te maken heeft gehad met wet en regelgeving. Hij is van mening dat dit Pi-project het beste bij zijn stage ervaring past. Van de duurzaamheidskeurmerken zelf leert Tomas het meest. Met behulp van een vergelijkingsmatrix kunnen de studenten conclusies trekken over beide keurmerken.

“Binnen de projectgroep waren enkele afhakers. Uiteindelijk zijn er nu drie projectleden over. Gelukkig zijn deze drie wel harde werkers. Alle projectleden houden zich aan gestelde deadlines. Het contact met de opdrachtgever verloopt alleen iets minder goed.”

Opstartperiode
Afstudeercoördinator en Hogeschool docent Jan van Es is de begeleider van het dit project. In het begin moest Van Es zijn studenten meerdere malen stimuleren daadwerkelijk voor de Pi-opdracht te gaan. Na de opstartperiode druppelen nu de eerste concrete tussenresultaten binnen.

“Mijn studentengroepje is wat langzaam op gang gekomen. Tijdens de opstartperiode kwam het initiatief voor een bijeenkomst vooral vanuit mij. Gelukkig is dit nu verschoven naar de studenten zelf.”

Het contact tussen opdrachtgever en studenten was eerst heel goed. Maar ineens liep dit een stuk minder vlotjes. Van Es heeft hier direct met zijn studenten over gesproken. De vraag, wat hier aan te doen stond tijdens deze meeting centraal. Gelukkig is nu het contact tussen opdrachtgever en studenten weer zoals het moet zijn.

Niets fictiefs, alleen de praktijk telt bij Pi!
“Door Pi leer je multidisciplinair te werken en tegelijkertijd een opdrachtgever tevreden stellen die je slechts een enkele keer kan spreken. Als derdejaars heb je al de nodige ervaring met projectmatig werken. Maar tijdens het Pi-project werk je met studenten die je nog niet kent. Omgangsvormen, verwachtingen en taakverdelingen zullen dus opnieuw moesten worden vastgesteld.” Van Es is van mening dat ondanks de nodige ervaring met projectmatig werken er toch behoorlijk wat dingen mis kunnen gaan. Zoals wanneer iemand veel minder goed presteert of continue steken laat vallen. De vraag voor andere Pi- projectleden is dan hoe hier mee om te gaan.

“Studenten zullen door Pi extra worden uitgedaagd omdat het een echte opdracht is van een echte opdrachtgever. Niks fictief of schools opgezet dus. Bij Pi is het alleen de praktijk die telt!” , aldus Van Es.

Net als docent Edwin Langstraat zet ook Van Es vraagtekens bij de rol die studenten Technische Bedrijfskunde binnen Pi-opdrachten kunnen spelen. “Studenten van Technische Bedrijfskunde zitten anders in het project dan andere studenten. Ik denk dat de samenwerking tussen studenten beter verloopt als iedereen ongeacht studierichting met dezelfde insteek een Pi-opdracht bekijkt.”

Gouden tip
Tot slot heeft Van Es natuurlijk een gouden tip voor alle Pi-studenten. Hij wil meegeven dat studenten elkaars kennis en kunde vanuit verschillende studierichtingen heel goed kunnen gebruiken. Verder is het slim dat studenten een goed en duidelijk beeld vormen over hoe ze de opdrachtgever tevreden kunnen stellen en tevreden kunnen houden.

Edwin Langstraat, docent Transport, Logistiek en Maritiem Management heeft meerdere Pi-projecten onder zijn hoede. Als coach ziet hij erop toe dat studenten hem bij het proces betrekken. Wanneer dit niet het geval is nodigt hij natuurlijk zichzelf uit voor een voortgangsoverleg. Daarnaast zorgt Langstraat voor goede afstemming met opdrachtgevers.

Multidisciplinaire interactie en samenwerking
“Pi-studenten leren hoe zij een onderzoek moeten inrichten en uitvoeren. Samenwerken met studenten van andere studierichtingen en verantwoording afleggen aan externe opdrachtgevers horen hier uiteraard ook bij. Voor studenten is de multidisciplinaire interactie en samenwerking heel leerzaam. Daar komt bij dat het om echte opdrachten van bedrijven gaat. Dit maakt alles een stuk serieuzer.”

 De onderlinge samenwerking tussen studenten en afstemming met opdrachtgever kan volgens Langstraat beter. Het inrichten van onderzoek, de rol van kenniskringen en kwaliteit van sommige opdrachten zijn verder puntjes van aandacht. Tot slot is de rol van Technische bedrijfskunde lang niet altijd even duidelijk.  Over de roostering op maandag- en donderdagochtend en de Reviews (bijeenkomsten waarop Pi-groepen de stand van zaken presenteren) is Langstraat zeer tevreden.

Als echte docent heeft Langstraat tot slot de volgende tip voor alle Pi-studenten:
“Hou de onderlinge samenwerking, afstemming met opdrachtgever en het inrichten van je onderzoek tijdens de hele Pi-periode goed in de gaten.”

Kennis uit stage inzetten voor PI
Een van Langstraats studenten is Jan Willem Eskes. Jan Willem vindt het heel belangrijk om te solliciteren naar een project dat hem daadwerkelijk interesseert en aantrekt. “Het project Verbetering verkeersveiligheid rotonde Groenezoom heeft datgene in zich wat ik zoek. Tijdens mijn stage heb ik veel te maken gehad met infrastructuur. Juist daarom leek het me leuk de opgedane kennis vanuit mijn stage in te zetten binnen dit Pi-project. Voordat Jan Willem met zijn groepje aan de Pi-opdracht begon hebben ze eerst een samenwerkingscontract opgesteld. “Dit contract is heel belangrijk aangezien je de leden van je groepje niet goed kent en je dus ook niet weet wat je van ze kunt verwachten.”

De wereld van deadlines en overleg
Na het samenwerkingscontract was het Plan van Aanpak aan de beurt. Taken zijn verdeeld en deadlines vastgesteld. Na dit alles was iedereen klaar voor het onderzoek. Dit bestond uit het opstellen en afnemen van enquêtes onder gebruikers van het kruispunt te Dordrecht. Verder vond er regelmatig overleg plaats met diverse specialisten waaronder een enquêtespecialist en verkeersdeskundige.

Koppeling van kennis aan praktijkvraag
“Pi leert mij samenwerken met andere opleidingen en gericht bezig zijn met een praktijkvraag.”Alle studenten leren een beroepsvraag te koppelen aan aanwezige kennis binnen de desbetreffende projectgroep. Daarnaast moet ieder lid zijn of haar kennis natuurlijk uitbreiden om zo tot de juiste oplossing voor de opdrachtgever te komen.

Beste eindresultaat
“Voornamelijk Logistiek en Economie (LE) studenten hebben een andere kijk op problemen dan studenten van mijn opleiding Civiele Techniek (CIV). LE-studenten kijken gericht naar één specifiek probleem en laten vervolgens andere zaken buiten beschouwing. CIV heeft een veel bredere kijk. Juist die specifieke kijk van LE en de bredere algemenere kijk van CIV zorgen voor een goed eindproduct. De combinatie van beide manieren van denken zijn nodig en geven het beste eindresultaat.”

Gedegen voorbereiding
Het project is voortvarend gestart en er wordt regelmatig overlegd met de opdrachtgever. Voor aanvang van dit overleg zorgt de groep natuurlijk voor een gedegen voorbereiding. Het overleg tussen groepsleden moet wel concreter worden ingevuld. Op deze manier kan het nut van de vergadering worden vergroot. Een laatste verbeterpunt is het bijhouden van de stand van zaken en wie wat heeft gedaan. Dit creëert net even wat meer duidelijkheid.

Contactinformatie
Het Havenmuseum
Leuvehaven 50
3011 EA Rotterdam

link project

Klik hier voor meer informatie

Passie voor de haven
Vanaf jongs af aan is hij al geïnteresseerd in schepen, scheepsbouw, havens en alles wat daar maar mee te maken heeft. De keuze om te solliciteren naar een opdrachtgever als het Havenmuseum was voor Ward Vink, student ROP dan ook snel gemaakt. “Ik ben heel blij dat ik deze opdracht, Duurzame inrichting Havenmuseum daadwerkelijk heb gekregen. Ook goed dat je als studentzijnde zelf de ruimte krijgt om te solliciteren naar projecten van jouw voorkeur.”

Inspiratiebron
Het bijzondere aan het Havenmuseum is dat het deel uitmaakt van de openbare ruimte. Er is geen duidelijke entree en er zijn geen inkomsten van bezoekers. Alle projectleden willen het gebied op zo´n manier inrichten en aantrekkelijker maken zonder dat het een attractie gaat worden. Duurzaamheid staat hierbij centraal. Naast milieu is vooral het waarborgen van langer bestaansrecht van de omgeving heel belangrijk. Om het Havenmuseum en Gemeente Rotterdam meer inzicht te geven in een mogelijke nieuwe inrichting van deze omgeving zullen de studenten een ideeënboek maken. Aan de hand van dit boek kan het Havenmuseum samen met gemeente Rotterdam tot een nieuwe duurzame inrichting van het gebied komen. Het ideeënboek vormt de inspiratiebron en zal bestaan uit foto´s, verschillende ontwerptekeningen inclusief gedegen argumentatie.

Jezelf op de kaart zetten daar gaat het om!
Veel leren van de samenwerking met het Havenmuseum daar gaat het om. Pi is de manier om jezelf goed op de kaart te zetten binnen het bedrijfsleven. Wie weet wat voor positiefs deze samenwerking teweeg kan brengen voor toekomstige carrières. Verder wil Ward tussen de bedrijven door wat extra´s leren over de haven. Hij ziet Pi als een goede voorbereiding voor zijn toekomst. Naast twee andere ROPer´s werkt Ward samen met studenten Logistiek, Technische Vervoerskunde en Bouwkunde. Hij denkt veel te leren van de student Bouwkunde. Van deze student wil hij meer te weten komen over duurzame bouwtoepassingen en materiaalgebruik.

Duidelijke afspraken en goede samenwerking
“De samenwerking met docent, het Havenmuseum en onderling verloopt vlotjes. Met alle partijen zijn goede afspraken gemaakt. Gerard Peet, de begeleidende docent geeft input waar alle projectleden iets aan hebben. Van het Havenmuseum is er tot nu toe ook alleen maar positieve feedback gekomen.”

Kritische noot
Ward is positief over het idee om meerdere studierichtingen binnen een project te combineren. Toch moet IBB volgend jaar iets kritischer gaan kijken welke studierichtingen geschikt zijn voor een bepaalde opdracht. Natuurlijk heeft de ene studierichting meer studenten dan de ander dus helemaal op elkaar afstemmen zit er niet in.

Op het moment dat Martin Muller, projectleider duurzaamheid bij het Havenmuseum van een collega hoorde over de mogelijkheid studenten van diverse studierichtingen in te zetten was hij meteen enthousiast. Tijdens het gesprek met stagecoördinator Jan Hoogstad besloot Muller daadwerkelijk voor Praktijk en Integratie te gaan.

Out of the box thinking
“Pi lijkt me een uitdagend project waarbij ik van anderen ideeën wil krijgen hoe je een omgeving als die van het Havenmuseum aantrekkelijker en duurzamer kan inrichten. Studenten kijken met meer afstand en een creatievere blik naar onze omgeving.” Martin hoopt dat studenten op een gemakkelijke en goedkope wijze de omgeving opnieuw zullen indelen.

 Het ideeënboek moet leiden tot een inspirerend voorstel en vormt de basis voor zowel interne discussie als overleg met de eigenaar (Gemeente Rotterdam). Martin is heel tevreden over de interdisciplinaire benadering. Dit geeft een toegevoegde waarde omdat ideeën aan verschillende disciplines worden getoetst. Het maakt een idee van hogere kwaliteit en vergoot de haalbaarheid.

Meer informatie over het bedrijf

Page 1 of 212»